zondag 10 februari 2019

Een duurzame aanpak van eenzaamheid en GGZ: samen werken aan bezielde verbinding in combinatie met positieve gezondheid en zingeving

Wat valt er te leren uit het verband tussen eenzaamheid en psychische klachten en hoe kan dat – in hulpverlening en beleid – worden vertaald naar een duurzame oplossing op beide vlakken?

In deze blog ga ik verder in op mijn visie rond een duurzamere benadering van eenzaamheid en GGZ problematiek. Daarin leg ik een onderling verband met het psychische lijden als centrale factor en verbind ik die benadering met het positieve gezondheidmodel. Ook bekijk ik de mogelijke waarde van de inzet van ervaringskennis. In vervolgblogs zal ik respectievelijk dieper ingaan op die duurzame persoonlijke benadering in praktijk en op verbinding vanuit breder maatschappelijk perspectief.

“Bestaat de ziel nog in onze moderne samenleving?” Zo eindigde Damiaan Denys, filosoof, hoogleraar psychiatrie aan de UvA en voorzitter van de Nederlandse vereniging voor psychiatrie, zijn betoog onlangs in de Balie. Een betoog dat hij begon met een poëtische illustratie van hoe hij als psychiater de ziel – wat dat ook precies moge zijn – bij zijn cliënten pleegt bloot te leggen. Hij betoogt onder meer dat de individualisering, digitalisering en virtualisering in onze samenleving tot ontmenselijking neigen te leiden.
Dit in een debat met Jim van Os, eveneens psychiater, die met name een laagdrempelige 'publieke GGZ' voorstaat in aanvulling op de individuele behandelingen door professionele hulpverleners. Beide benadrukken overigens het belang van zingeving.
Eenzaamheid en psychische stoornissen vormen een probleem in ons land (en in veel andere Westerse landen) van epidemische omvang. 4 op de 10 Nederlanders kampt met psychische klachten, waarbij bijvoorbeeld burn-out en depressie hoog scoren. De GGZ gerelateerde klachten gaan doorgaans samen met eenzaamheid. Volgens de GGD (gemeten in 2016) is 48% van de Amsterdammers matig tot ernstig eenzaam. Daarvan is vrijwel iedereen sociaal en driekwart emotioneel eenzaam. 13% blijkt ernstig eenzaam.
In onze lieve barmhartige stad Amsterdam leven we dus voor een groot deel langs elkaar heen. Heel toepasselijk heeft een kunstenares, Ideke Polman, dit vertaald naar de term ‘Eensaam’. Een collectieve beweging in onze Amsterdamse samenleving naar meer saamhorigheid en verbinding zie ik als wenselijk en als een essentieel deel van de oplossing van het epidemische eenzaamheidsprobleem.

Een andere kijk op en benadering van eenzaamheid
In de benadering van eenzaamheid zie ik, zowel beleidsmatig als in praktijk, vooralsnog een focus op de sociale omstandigheden en mogelijke verandering, hulp en faciliteiten op dat vlak. Ik mis in die benadering de primaire aandacht voor het lijden, die wel terug te zien is binnen de GGZ.
Hierop aansluitend geloof ik sterk in de positieve gezondheidsfilosofie (Machteld Huber), die uitgaat van een breed spectrum van met elkaar samenhangende welzijnsaspecten. Daarbij richt men zich niet alleen op specifieke gezondheidsklachten maar ook op aspecten die het leven dragelijk of zelfs prettig maken en die daarmee kunnen bijdragen aan het algehele welzijn. Ik zie daarin ook een belangrijke mogelijke positieve wisselwerking die mensen kan helpen letterlijk en figuurlijk ‘beter te worden’.
Rond eenzaamheid hanteert Movisie een model van een trap waarop men steeds verder afdaalt (neerwaartse spiraal) met een negatieve wisselwerking tussen de beleefde eenzaamheid en de gedachten die men daaromheen ontwikkelt. Als oplossing ziet men daarbij vooral het veranderen van die cognitieve benadering van eenzaamheid. In lijn met het positieve gezondheidmodel sta ik een veel bredere benadering voor waarbij vooral ook het lichamelijke welzijn, dat sterk samenhangt met de mate van lijden, als essentiële factor wordt beschouwd.

Verband tussen eenzaamheid en GGZ
In de GGZ wordt gesproken over psychisch lijden. Bij eenzaamheid geldt eveneens dat het gemis aan een bepaalde hoeveelheid contacten (‘sociale eenzaamheid’) en/of diepgang van contact (‘emotionele eenzaamheid’) dan wel een algeheel gevoel van alleen zijn (‘existentiële eenzaamheid’) gepaard gaat met een zekere mate van (psychisch) lijden.
Vanuit verschillende hoeken (diverse psychiaters waaronder Damiaan Denys, ambulant begeleiders, een gepensioneerd psychotherapeute en ervaringsdeskundigen) wordt onderschreven dat GGZ problematiek in het algemeen samengaat met eenzaamheid. Andersom geldt dat overigens niet per definitie: niet iedereen die aan eenzaamheid lijdt, lijdt ook aan een psychische stoornis. Zo kan men bijvoorbeeld na het wegvallen van een partner zich eenzaam voelen zonder dat ook sprake is van een psychische diagnose.
Net zoals men in de GGZ gericht is op het verminderen en/of beter leren omgaan en accepteren van het lijden – en daarmee samenhangende stress – is er in de aanpak van eenzaamheid mijns inziens te winnen door zich bewust hierop te richten. Andersom denk ik dat er in de GGZ te winnen is door op een genuanceerde manier naar het eenzaamheidsaspect te kijken en bewust te werken aan een duurzame oplossing op dat vlak. Enerzijds door betrokkenheid van naasten in een hulp-/ondersteuningsrelatie en anderzijds door te helpen om duurzame sociale relaties te ontwikkelen en te onderhouden. Dat is ook onderdeel van de zogenoemde herstelaanpak.

Het bredere maatschappelijke perspectief
Het individualisme en de daarmee samenhangende manier waarop onze samenleving is ingericht en wij met elkaar omgaan in de publieke ruimte, bijvoorbeeld op straat, op school, in het openbaar vervoer, aan de kassa, is medebepalend voor ons gevoel van verbonden zijn met anderen. Dat heeft zijn weerslag op onze onderlinge omgang en verbinding op een intiemer niveau in relaties, gezinnen, breder familieverband, vriendschappen, als buren, op een vereniging en als collega’s. Andersom werkt dat natuurlijk evenzeer: hoe minder diepgaand onze omgang en verbinding in intieme relaties hoe oppervlakkiger we daarbuiten met elkaar neigen om te gaan. In het algemeen heeft de individualisering, digitalisering en virtualisering zoals eerder aangehaald en de – vaak gestresste – manier waarop we om plegen te gaan met tijd een emotioneel afvlakkend effect op onze menselijke interactie, sensitiviteit en verbinding. Saamhorigheid en maatschappelijke betrokkenheid nemen af door een focus op eigen behoeften, gevoel en beleving.

Duurzame benadering op persoonlijk niveau
Een duurzame aanpak van eenzaamheid op persoonlijk niveau vraagt veelal niet alleen om het op cognitief en sociaal vlak ombuigen van de neerwaartse spiraal, maar ook om een wending op fysiek en emotioneel niveau. Soms zelfs via een emotionele doorbraak. In mijn ervaring is er vaak sprake van een diepere emotionele blokkade en/of trauma(s), die een positieve ontwikkeling op die andere vlakken tegengaan. Dat zorgt naast het gevoelde lijden ook voor zaken als onbalans, gebrek aan zelfvertrouwen, angst, negatieve stemming, gebrek aan energie.
Zo kan het nodig zijn om, vanuit een beperkt vertrouwd en veilig contact met een hulpverlener of naaste, eerst ‘lekkerder in je vel’ te komen alvorens nieuwe contacten aan te gaan of verwaterde contacten te verbeteren. Niet alleen omdat de motivatie en het zelfvertrouwen daarvoor ontbreken, maar ook omdat er teveel in de weg staat om een (wederzijds) bevredigend contact te hebben.
Verder is de eerder genoemde zingeving een belangrijke dimensie. Zonder zingevend perspectief zal men veel gevoeliger zijn voor het lijden en voor terugslag na een positief contact. De aandacht zal dan meer naar het verleden en negatieve gevoelens die daarmee samenhangen gaan, in plaats van een positief inspirerend gevoel te ervaren over de actuele omstandigheden en/of de toekomst. Uiteindelijk heeft iedereen behoefte aan een stuk houvast in de vorm van zingevende activiteiten en daaraan gekoppelde zelfontplooiing en eigenwaarde. Dat is ook één van de dimensies, namelijk ‘maatschappelijke rollen’, waar de eerdergenoemde herstelvisie in de GGZ (p 9) zich op richt.
Naast die fysieke en maatschappelijke basis is de steun vanuit en een positieve sfeer binnen het persoonlijke netwerk ook essentieel. Dit met als uitgangspunt dat we als mens niet bedoeld zijn om solitair maar juist in een warme voedende verbinding met anderen, in partner-, gezins-, familie-, collegiaal, buurt- en/of ander verband, door het leven te gaan. Saamhorigheid en samenredzaamheid, zoals die terugkomen in het Oost-Nederlandse ‘nabuurschap’ en de Afrikaanse ‘Ubuntu’ filosofie (“I am because we are”), sluiten daar goed bij aan.

Betrokkenheid van ervaringskennis
Vrijwel iedereen heeft ervaringskennis als het gaat om eenzaamheid. We kennen het allemaal in zekere mate in ons eigen leven, nu en/of in het verleden en zullen er ook direct of indirect in onze omgeving mee te maken hebben gehad. Als je naar de omvang van het probleem kijkt dan is dat ook niet verwonderlijk. Sommigen, met name in de GGZ sfeer, hebben die ervaringskennis – via gerichte training/opleiding – gekoppeld aan een zekere deskundigheid om deze op een zinvolle manier in te zetten. Bijvoorbeeld door anderen te helpen, bij te dragen aan beleidsvorming en/of bij de training van professionele en/of vrijwillige hulpverleners op dit vlak.
In het algemeen zie ik als belangrijke waarde van ervaringskennis dat zij helpt om dichter bij de praktijk te blijven in plaats van te zeer te generaliseren en te abstraheren en daarmee het contact met de realiteit te verliezen. Het kan bijvoorbeeld hulpverleners helpen om compassie te tonen en zo vanuit hun eigen kwetsbaarheid op een dieper (emotioneel) niveau contact te maken met de eenzame medemens die zij graag willen helpen. Het kan hen ook helpen om bewuster te worden van eigen motieven en overtuigingen die raken aan het (betaalde of vrijwilligers)werk dat zij doen.
De waarde van ervaringsdeskundigen wordt steeds meer onderkend. Maar het is nog wel ook een uitdaging om een goede zinvolle match te maken van ervaringskennis aan mogelijke inzet, om die inzet goed te organiseren en daar een rechtvaardige beloning oftewel waardering aan te koppelen.

Conclusies en aanbevelingen

Van symptoombestrijding naar duurzame ontwikkeling - Vanuit de verbinding tussen eenzaamheid en GGZ zie ik een wenselijkheid en concrete aanknopingspunten om in de persoonlijke benadering van eenzaamheid een verschuiving te maken van symptoombestrijding naar duurzamere benaderingen en oplossingen en om als samenleving een beweging te maken naar meer verbinding.

Het lijden, de ziel en compassie - Voor een duurzame aanpak is het essentieel om bewust aandacht te geven aan de ziel (oftewel het emotionele niveau) van mensen die ernstig lijden aan en in eenzaamheid. Compassie is hierbij mijns inziens het toverwoord. Hiervoor moet een hulpverlener of naaste ook zelf contact maken met zijn/haar ziel en een eventueel lijden. Om dat vanuit een voldoende positieve energie en kracht te kunnen doen is ‘presentie’, rakend aan het populaire ‘mindfulness’, nodig. Het is dus zaak om je als hulpverlener en/of naaste emotioneel open te stellen en daarbij een zekere kwetsbaarheid te tonen. Maar ook om dat vanuit voldoende eigen balans en kracht te doen, zodat je niet wordt meegesleept in emotionele misère en/of de stress van de ander.

Ontspanning en presentie - Als absolute kern en basis voor een duurzame oplossing zie ik ontspanning, bijvoorbeeld via mindfulness of yoga, en het leren dragen van pijn of spanning voor zover die (in eerste instantie of blijvend) niet is weg te nemen.

Zingevend ontwikkelingsperspectief - Verder zie ik als essentieel voor een duurzame oplossing van eenzaamheid om ons te richten op een breed ontwikkelingsperspectief, zowel op fysiek, mentaal en emotioneel niveau als maatschappelijk en sociaal gezien. Doel is daarbij dan om in samenhang e.e.a. positief te laten ontwikkelen. Als we alleen op cognitief en/of sociaal vlak werken aan verbetering zal dat vaak sterk geremd worden door een negatieve/blokkerende toestand op een ander niveau.

Inzet van ervaringsdeskundigheid - Wat betreft de beleidsvorming en begeleiding en/of training van hulpverleners en naasten zie ik veel waarde in het betrekken van ervaringskennis, al dan niet in combinatie met opleiding tot ervaringsdeskundige. Deze kan helpen om praktisch en realistisch te blijven in plaats van teveel te abstraheren en in systemen te denken, die uiteindelijk niet aansluiten bij de belevingswereld en het feitelijke gedrag van hulpbehoevenden. En het kan helpen om hulpverleners dichter bij hun eigen emoties te laten komen en vanuit die kwetsbaarheid hun ‘cliënten’ te benaderen.

Omslag van individualisme naar saamhorigheid in de samenleving - Tenslotte verwacht ik dat op maatschappelijk niveau het epidemische tij rond eenzaamheid en GGZ zich alleen zal keren als we als samenleving collectief een beweging maken naar meer saamhorigheid en samenredzaamheid. Daarbij zullen we ons – in lijn met de Ubuntu filosofie – primair als onderdeel moeten gaan zien van een groter sociaal verband, in plaats van ons te gedragen en te behandelen als individuen die primair gericht zijn op eigen welvaart(sgroei) en welzijn. Het vanuit de lokale overheid stimuleren, faciliteren en financieren van initiatieven op dat vlak in de buurt en op grotere wijk- en stadsschaal zie ik daarbij als essentieel en hoogrenderend wat betreft bevordering van het gemeenschappelijk welzijn en de (psychische èn fysieke) volksgezondheid.

dinsdag 20 februari 2018

Transformatie van een onduurzaam leefsysteem en bijbehorende tijds-beleving

Als bepaalde belangrijke zaken – in werk en/of privé – structureel tegen zitten of blokkeren is het tijd voor een time-out om het tij te keren en het blijkbaar niet duurzame leefsysteem dat dit voortbrengt te transformeren.

Als het lukt om te komen tot een andere tijds-beleving (letterlijk en figuurlijk) keert dat tij vanzelf mee. Tijd is namelijk - in onze Westerse cultuur – samen met geld één van de (zo niet dè) meest bepalende en dwingende factoren in ons leefsysteem. Persoonlijk, in relaties en gezinnen en collectief...

Als je tot een werkelijk vrije-tijdsbeleving kunt komen, waarin een belastend gevoel van moeten structureel wordt vervangen door een geïnspireerd gevoel van zin hebben in, zit je overduidelijk op het juiste of in elk geval een beter - gezonder, zingevender en meer geluk brengend - pad.

Vrijheid geeft ruimte voor creativiteit oftewel ‘creatieve tijd’. Als het daarin lukt om zinnige nieuwe zaken te creëren, krijgt je leven vanzelf nieuwe zin en krijg je tegelijkertijd nieuwe zin in het leven.

Dit vormt naar mijn idee een belangrijk antwoord op alle fundamenteel onduurzame leefsituaties, zelfs wanneer men lijdt aan en onder een terminale ziekte. Maar zeker bij (ernstige) eenzaamheid, depressie, obesitas, verslavingen, burn-out, (lethargische) passiviteit, (andere) psychische aandoeningen, hart- en vaatziekten, diabetes, reuma, astma, dementie, etc...

Iedere ziekte of aandoening houdt verband met het lijden, waarmee men steeds duidelijker - oftewel bewuster - wordt geconfronteerd. De vraag is alleen wat er eerder was: de ziekte of het lijden. Mijn stelling is dat het laatste veelal het geval is: het - in eerste instantie onbewuste of minder concrete - lijden leidt dan tot de ziekte en die wakkert het lijden verder aan in een vicieuze (= letterlijk: kwaadaardige) cirkel. Door die cirkel te doorbreken door positieve beleving en ontwikkeling de overhand te laten krijgen - al dan niet met begeleiding/ondersteuning - kan men dus het tij keren.

Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van het positieve gezondheidconcept en –model (van Machteld Huber), dat in wezen een integraal welzijnsmodel omvat. Dat model wijst ook naar de essentie: het ombuigen van een ‘lijdensweg’ naar een positieve welzijnsontwikkeling. Die hoeft niet expliciet gerelateerd te zijn aan de concrete klachten en/of daarmee samenhangende pijn of behoeften. Het belangrijkste is het in eerste instantie verminderen van het algehele lijden en vervolgens voornamelijk of algeheel genieten van het leven. Dan wordt men letterlijk en figuurlijk 'beter'. Misschien niet (direct) in maatschappelijke zin (op basis van de heersende Westerse normen), maar in elk geval in de zin van de menselijke harmonieuze natuur. 
Intensief contact met dè natuur, waarbij je automatisch (na enige tijd) veel loslaat van het ‘normale’ voor velen drukke dagelijkse bestaan, helpt om weer meer contact te maken met die menselijke natuur, zoals een zogenoemde ‘Nature Quest’ beoogt en dit interessante interview met Miriam Lancewood die al jaren met haar man in de wildernis doorbrengt illustreert.

Dat natuurlijke welzijn vormt mijns inziens ook de basis voor een duurzame persoonlijke (en gemeenschappelijke) welvaart. Dat zie ik ook als de kern van natuurgeneeskundige, zoals die vooral in Oosterse tradities en filosofieën terugkomt. Dat betekent veelal dat men een onduurzaam ziekmakend leefsysteem fundamenteel moet loslaten en transformeren naar een duurzaam gezond(er) leefsysteem. (Voldoende) (diepgaande) ontspanning is daarin een absolute basis. (Structurele) stress is per definitie niet gezond en dus niet duurzaam. Dat geldt dus ook per definitie voor het algehele leefsysteem met alle bijbehorende patronen die tot die stress leiden. Gezonde voeding c.q. stofwisseling en voldoende beweging zijn natuurlijk ook essentiële factoren voor een gezond leven. Maar voeding en beweging en de motivatie daaromheen hebben veelal een belangrijke wisselwerking met de mate van spanning in ons leven en die beïnvloedt andersom ook weer de stofwisseling.


Ontspannende activiteiten leiden meestal tot een zekere verlichting in een doorgaans gespannen leven. Maar als de stress aanhoudt is het dus geen duurzame oplossing. Veelal moet een diepere emotionele blokkade worden doorbroken c.q. spanning ontladen, om te komen tot andere gevoels-, denk- en gedragspatronen (die met elkaar samenhangen en elkaar in stand houden zoals bij allerlei verslavingen en andere dwangmatigheden). Die nieuwe patronen moeten natuurlijk ook vorm worden gegeven en dat kan het beste vanuit ontspanning en nieuw (zingevend) perspectief in combinatie met voldoende ruimte voor creativiteit en (emotionele) expressie. Openheid en een vertrouwenssfeer zijn daarbij vaak sleutelfactoren, die in combinatie met die bovengenoemde zaken tot (hernieuwde) balans en zelfvertrouwen kunnen leiden.

zondag 3 december 2017

Over SDG’s, dialoog en duurzaam samen leven

Hoe dialoog over de UN sustainable develepment goals kan bijdragen aan een kanteling naar een duurzame samenleving en economie.

Er is een bepaalde samenhang tussen onze economie, de inrichting van onze samenleving, de culturen en leefstijlen van de bevolking, de welvaartsverdeling, de onderlinge omgang en verbinding tussen (groepen) burgers, het onderwijs, etc... Allerlei zaken die terugkomen in en/of raken aan veel van de zeventien sustainable development goals (SDG’s).

Een deel van die doelen is vooral geënt op derde wereld landen en/of gebieden die in oorlog verkeren. Daar zullen wij ons als land minder mee identificeren en dan ook ons minder door aangesproken voelen, anders dan het zich via buitenlandbeleid, daarop gerichte NGO’s of vanuit persoonlijke betrokkenheid inzetten voor deze doelen c.q. landen. In dit stuk wil ik me echter vooral richten op de de relatie met onze huishouding als samenleving en onze (natuurlijke) leefomgeving en effecten op de leefomgeving buiten onze grenzen.

Daarbij is een logische benadering van burgers, bedrijven en overheden (rijk, provincies, gemeenten en andere ambtelijke organisaties) om zich te richten op zaken c.q. doelen waar men direct effect op kan hebben. Bijvoorbeeld door, een aangepast economisch en marketing beleid van bedrijven en aangepast beleid met bijbehorende maatregelen gericht op ontwikkelingen in de werkgelegenheid, volksgezondheid, cultuur en leefstijl. De vraag is echter of het voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen niet nodig is om verdergaande stappen te zetten en dat met name gezamenlijk te doen.

Een probleem is dat bestuurders van bedrijven en overheden zich sterk laten leiden door de organisatiebelangen, respectievelijk het politieke beleid. Daarbij wordt veelal niet een persoonlijk standpunt ingenomen en/of wordt men andersom in zijn persoonlijke standpunt sterk geleid door het perspectief als bestuurder met bijbehorende krachtenvelden en belangen. Daardoor blijft het bestaande ‘systeem’ – de economie en de dominante culturen en leefstijlen in ons land en daarop gericht beleid van bedrijven – grotendeels in stand.

Dat systeem heeft zich via de industriële revolutie en vervolgens steeds meer digitaliserende wereld en de – op voortdurende groei en concurrentie gerichte – markteconomie gevormd, in combinatie met bepaald politiek beleid dat zich heeft geëvolueerd en per definitie een zekere fluctuatie kent. Al met al heeft dat op nationaal niveau en op wereldniveau geleid tot een situatie die zoals de SDG’s al impliceren noodzaakt tot een substantieel duurzamere invulling van economie en samenleven.

De Britse econome Kate Raworth belicht dit met haar populaire ‘doughnut-economy’ model (onlangs belicht bij VPRO’s Tegenlicht), dat verheldert hoe enerzijds een belangrijk deel van de bevolking buiten het houdbare economische spectrum valt en anderzijds de economie onhoudbare ‘externe’ (neven)effecten heeft (zoals op natuur, milieu en grondstoffenvoorraad). Die (groei)economie – die in wezen ‘een eigen leven is gaan leiden’ en sterk verweven is met het dominante politieke en bedrijfsbeleid – is veelal juist niet dienend en voedend om te komen tot een duurzamer gedrag en samen leven.

Dat gedrag en die manier van samenleven kent een zekere diversiteit in ons land, die ook terug zal zijn te zien breder in de (Westerse) wereld. Bepaalde samenhangende sets aan gedragspatronen, behoeften en morele waarden, oftewel leeefstijlen, in ons land zijn terug te zien in het burgersschapsstijlen-model van Motivaction. Dat maakt die diversiteit maar ook hardnekkigheid van die leefstijlen tastbaar en geeft meer inzicht in de uitdaging om te komen tot substantiële duurzame veranderingen daarin. Zeker ook als je bedenkt dat die patronen zich veelal van generatie op generatie voortzetten via de (sociaal-economische) cultuur en sfeer waarin kinderen opgroeien.

Zoals Einstein al benadrukte zijn de oplossingen voor de problemen die een systeem voortbrengt niet binnen dat systeem te vinden. Er zal dus een systeemtransformatie moeten plaatsvinden, oftewel een fundamentele verandering in dominante waarden en uitgangspunten (‘paradigma’s’), leidend tot die substantiële verduurzaming in onze samenleving en een economie die dienend is daaraan.

Om gezamenlijk tot een dergelijke omslag te komen is het nodig om – in elk geval tijdelijk – het huidige dominerende belangenperspectief met bijbehorende economische en politieke paradigma’s los te laten. Vanuit een meer persoonlijk maatschappelijk betrokken en verantwoordelijk perspectief kan men dan in dialoog gaan met elkaar over een toekomstbeeld voor de economie en samenleving, waarin de op ons van toepassing zijnde duurzame ontwikkelingsdoelen realiteit zijn. In eerste instantie zonder daarbij zich druk te maken over de implicaties daarvan voor de eigen organisatie of politieke positie. Van daaruit kan dan worden gekeken hoe een eigen organisatie, overheidsbeleid of inbreng als burger kan bijdragen tot die realisatie en welke ontwikkelingsscenario’s daarbij voor onze samenleving denkbaar zijn.

Dat kan tot disruptieve conclusies leiden, bijvoorbeeld dat die duurzame doelen alleen haalbaar zijn als ‘de economie letterlijk en figuurlijk op zijn kop’ komt te staan. Dit is in lijn met betogen van onder meer de eerder genoemde Kate Raworth, de populaire activiste-schrijfster Naomi Klein en de Oostenrijkse econoom Christian Felber met zijn 'economy for the common good' (die dat in zijn optredens illustreert met een handstand...).

Een dergelijke transformatieve dialoog zal alleen mogelijk zijn als betreffende deelnemers uit hun comfortzone stappen en in een vertrouwelijke open sfeer naar elkaar een meer persoonlijk gezicht laten zien. En als elk bereid en in staat is om stil te staan bij de consequenties van het niet (tijdig) bereiken van die duurzame doelen voor volgende generaties en/of bepaalde delen van onze (wereld)bevolking. Dat betekent het tijdelijk loslaten van de rol die men in zijn/haar dagelijkse functie speelt. Het vraagt om openheid en een vorm van introspectie die men veelal niet gewend zal zijn, maar die ook bijzonder heilzaam kan zijn om ook vanuit persoonlijk perspectief een duurzaam leven te leiden. Een leven waar men zich in eigen omgeving, bijvoorbeeld familie in het bijzonder huidige of toekomstige kinderen, kan verantwoorden en waar men graag om herinnerd zal worden. Dit ij plaats van een soort ‘wir haben es nicht gewust’ houding, waarbij men deze kans laat liggen om een bijdrage te leveren aan een tijdige omslag in de ontwikkeling van een momenteel – op diverse vlakken – onevenwichtige en zelfs destructieve economie en collectieve leefstijl als samenleving.

Alleen op die manier zal een doorbraak mogelijk zijn, verwacht ik. Die doorbraak zal dan ook vanuit verantwoordelijke bestuurders als leiders in onze samenleving moeten komen. De grote massa zal vooral geïnspireerd en meegevoerd moeten worden in een belangrijke omslag van de huidige onduurzame leefstijl met bijbehorende consumptiepatronen en beperkte mate van beweging en ontspanning. Dit zal moeten worden gestimuleerd en ondersteund door hierop aansluitend overheidsbeleid. Zowel in de politiek als het bedrijfsleven zal het duurzaamheidsbewustzijn en –streven dus moeten groeien (in plaats van die onevenwichtige economische groei) en vertaald moeten worden naar dergelijk beleid en voorbeeldgedrag. Ook in het onderwijs kan dat bewustzijn bij een opgroeiende generatie, in het bijzonder de toekomstige leiders, worden bevorderd. Daar kan ook meer worden bereikt wat betreft een duurzame harmonieuze onderlinge verbinding en samenwerking, zoals die min of meer wordt voorgestaan in een deel van de duurzaamheidsdoelen.

Binnenkort zal ik nader ingaan op:
A. de samenhang tussen verschillende aandachtsgebieden die worden geraakt door de SDG’s en bijbehorende veranderingen;
B. de dynamiek en krachtenvelden van de ontwikkelingen zowel rond het realiseren van de duurzaamheidsdoelen c.q. veranderingen in onze samenleving en economie als het bewustzijn en veranderende houding van betrokken partijen.

Hieruit hoop ik te komen tot een aantal conclusies en praktische aanbevelingen rond een wenselijk en realistisch transformatieproces samenhangend met de SDG’s.

woensdag 18 januari 2017

Model voor duurzaam (samen)leven

Samenhang tussen verschillende welzijnsniveaus
Positieve emoties/gevoelens dragen bij aan mentaal en aan fysiek welzijn.Andersom zijn mentaal en fysiek welzijn veelal een voorwaarde voor emotioneel welzijn en andersom kan gebrek aan mentaal en/of fysiek welzijn het emotionele welzijn aantasten. Mentaal welzijn kan – via emotioneel welzijn - gestimuleerd worden door fysiek welzijn. En andersom kan fysiek welzijn – ook via emotioneel welzijn - bevorderd worden door mentaal welzijn. Spiritueel welzijn kan als een soort overall welzijn worden gezien, samenhangend met algehele verbinding (innerlijk maar ook met de natuur/kosmos/sociale omgevingssfeer), balans en harmonie, dat bijdraagt aan het welzijn op mentaal, emotioneel en fysiek niveau.

Wat betreft het leven vanuit welzijnsperspectief kun je onderscheid maken tussen de volgende soorten activiteiten:
a) Dagelijkse leven(sonderhoud)
b) Sociale interactie
c) Maatschappelijke participatie/werk
d) Ontspanning
e) Mentale/culturele ontwikkeling en ontplooiing
f) Sport
g) Verbinden met/inzetten voor natuur
h) Slapen/rusten

Vanuit economisch perspectief, waarbij het persoonlijke economische proces centraal staat, kun je een bepaalde (andere) waarde en betekenis koppelen aan die verschillende activiteiten.

In het leven kunnen verschillende - al dan niet bewust gekozen - leidende basishoudingen/benaderingen aan de orde zijn. Je kunt die als een resultante zien van die verschillende niveaus van welzijn en leidend in de keuze van en ervaring bij die bovengenoemde verschillende soorten activiteiten.
A. Actieve maatschappelijke en/of economische participatie
B. Bewuste zinvolle ontplooiing en ontwikkeling
C. Plichtmatige conformistische participatie
D. Passief neutraal (over)leven
E. Defensief overleven/worstelen met het leven
F. Destructief leven


Speelruimte c.q. vrijheid in het leven vormt een belangrijke basis voor welzijn en (motivatie voor) ontplooiing en ontwikkeling. Factoren die hieraan kunnen bijdragen: geld, tijd, eigen leefruimte, liefde (geven/krijgen), warmte/geborgenheid/intimiteit, seks, humor, creativiteit, beweging, gezondheid, inititiatief, ondernemendheid, vertrouwen, geloof.

Bewust zin, vorm en richting geven aan het leven
Om bewust(er) zin, vorm en richting te geven aan het leven en daarmee het welzijn te beïnvloeden kan het zinvol zijn om je belangrijkste behoeften en doelen te bepalen en daarin prioriteiten te stellen. Zo nodig/mogelijk kun je op basis daarvan bepaalde aanpassingen doen wat betreft de inrichting en organisatie van je leven en je focus wat betreft aandacht en tijdsbesteding. Soms is een emotionele doorbraak nodig om dergelijke aanpassingen te realiseren. Bepaalde bestaande (remmende) patronen/gewoontes kunnen namelijk samenhangen met diepere emotionele blokkades (soms samenhangend met onverwerkte traumatische ervaringen in eigen jeugd en/of familiegeschiedenis).

Overzicht belangrijkste behoeften:
3 belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen/thema’s
3 belangrijkste familiegerelateerde behoeften
3 belangrijkste persoonlijke behoeften

In de tijd geplaatste doelen
Top 3 doelen voor middellange termijn (komende half jaar/jaar)
Top 3 doelen voor langere termijn (komende 3-5 jaar)
Top 3 doelen/activiteiten voor korte termijn (komende maanden)

Kernvragen
Welke aanpassingen in/nieuwe patronen en/of houding nodig of wenselijk om deze doelen te bereiken?
Waar ligt een emotionele blokkade om deze veranderingen door te voeren? Hoe is die te doorbreken?

zondag 20 november 2016

Vluchtelingen als smeerolie voor de participatiesamenleving

Hoe de komst van grote groepen vluchtelingen via dialoog en gelijkwaardige verbinding een vastgeroest sociaal ecosysteem kan openen, in beweging brengen en verrijken…

De Nederlandse samenleving staat evenals die van andere Europese landen de laatste tijd onder druk door de relatief grote toeloop van - met name Syrische - vluchtelingen. Deze moeten worden opgevangen en - na toekenning van een status - gehuisvest en voor zover van toepassing aan werk geholpen. De bedoeling is dat zij sociaal en economisch duurzaam onderdeel worden van onze gemeenschap oftewel onze ‘participatiesamenleving’.

Een vrij groot deel van de Nederlanders staat hier volgens onderzoek positief tegenover. Een eveneens groot deel staat hier neutraal in. En een wat kleiner deel is negatief gestemd over deze ontwikkeling. Een fractie van die laatste groep laat op soms zeer negatieve grove manier haar stem horen. Door uitvergroting via de media hebben die negatieve geluiden wel een vrij grote impact op de sfeer rond de vluchtelingen en kunnen die hen ook beangstigen of in elk geval minder welkom laten voelen.

Een perfecte samenleving heeft als ecosysteem voldoende veerkracht om grote groepen nieuwkomers op een soepele manier onderdeel te laten worden van dat systeem. De spanningen die de opvang van vluchtelingen nu bij een deel van onze medeburgers oproepen zie ik samenhangen met angst voor verdere aantasting van een al onvolkomen levenssfeer. Onderliggend zie ik allerlei beperkingen en een zekere starheid van ons huidige ecosysteem, met bijbehorende economie en regelingen. Als deze verder onder druk komen te staan ontstaat een crisis, die een bedreiging vormt voor de sociale stabiliteit. Een warm welkom voor de vluchtelingen kan echter ook juist positief terugslaan op onszelf en vooral op het benaderen van achtergestelde groepen en hardnekkige sociale problematiek in onze samenleving.

In onze participatiesamenleving in ontwikkeling worden we nog steeds met veel sociale, economische en welzijnsproblemen geconfronteerd, zoals segregatie en discriminatie, armoede, langdurige werkloosheid, stress, eenzaamheid, ontsporende jongeren en psychische problematiek zoals depressie, ADHD, psychoses en verslavingen. Veel van die problemen hangen mijns inziens samen met individualisme en egocentrisme, materialisme, haast, oppervlakkige (digitale) communicatie en verbinding. En een te sterke politieke en persoonlijke focus op economische waarde en welvaartsgroei in plaats van op balans, menselijke waarden zoals saamhorigheid en een optimaal welzijn.

De vluchtelingenproblematiek lijkt grotendeels los te staan van die problemen. Het opnemen van vluchtelingen in onze samenleving lijkt vooral een extra uitdaging naast al die bestaande en wordt ook als zodanig opgepakt. De komst en integratie van grote groepen vluchtelingen zie ik echter als een ‘blessing in disguise’. Op een onvoorziene manier kan de noodzakelijke opvang en integratie beweging brengen in systemen en de sfeer in onze samenleving, met een positief effect op die bestaande problemen.

Binnen de overheid - zowel landelijk als lokaal - is een neiging zichtbaar om de groepen vluchtelingen vanuit een systematische benadering zo snel, efficiënt en gecontroleerd mogelijk op te vangen en onder te brengen in onze samenleving en economie. Door via open dialoog deels los te komen van dit regelen en controleren en een open beweging in te zetten, kunnen we samen met de vluchtelingen een nieuw thuis creëren. Eén waarin we met z’n allen op een vredige harmonieuze manier samenleven en meer aandacht besteden en belang hechten aan menselijke waarden en het persoonlijk en gemeenschappelijk welzijn. Zo kunnen we samen toewerken naar een open sfeer en organische sociaal-culturele ontwikkeling in de samenleving, verrijkt met cultuurelementen die de nieuwkomers inbrengen.

Ik stel dan ook voor om het aanpassingsparadigma (“wie hier als vluchteling komt zal zich
moeten aanpassen aan onze normen, waarden, systemen en cultuur”) te vervangen door een dialoogparadigma: “als gastheer en vluchteling delen we onze kennis, ervaringen, ideeën en cultuur en kunnen zo van elkaar leren en vanuit wederzijds begrip en respect met elkaar verbinden en samen leven”. Laten we met zijn allen – bewoners, raadsleden, wethouders, ambtenaren en werkgevers – vanuit gelijkwaardigheid en persoonlijke betrokkenheid in gesprek gaan met onze nieuwe medeburgers en met een open hart en geest luisteren naar hun verhaal en het onze met hen te delen. Een betere basis voor duurzame inburgering, verbinding en participatie kan ik me niet voorstellen. Het levert mijns inziens ook de beste verbinding met wat deze nieuwkomers ons als samenleving hebben te bieden en vormt daarmee een meest duurzame benadering van de toenemende culturele diversiteit in ons sociaal ecosysteem.

Niet iedereen staat open voor de komst van en dialoog met vluchtelingen. Zeker niet binnen het deel van de groep die negatief oordeelt over de huidige ontwikkelingen. Maar als een groeiende diverse groep verantwoordelijken wel die stap richting gastvrijheid en openheid zet kan er op nog ruimere schaal een positieve beweging en verbinding ontstaan rond en door deze nieuwkomers. Van daaruit kunnen we ook als ‘autochtoon’ deel van de bevolking de dialoog met elkaar aangaan over maatschappelijke verantwoordelijkheid en gevolgen van de komst van deze nieuwkomers en de onderliggende waarden van waaruit we kunnen en willen samenleven in ons land met zijn diversiteit aan culturen.

dinsdag 1 november 2016

Wat is nodig voor een duurzame constellatie tussen (gescheiden) ouders in relatie tot hun kind?

Liefde, relativering, humor, openheid en/of creativiteit,
     een stabiele rolverdeling met bijbehorende verantwoordelijkheden en spelregels
     en een passende onderlinge verstandhouding en emotionele verhouding
kunnen tot een stabiele min of meer harmonieuze sfeer leiden.

Een sfeer waarin elk van de ouders zich kunnen richten op hun eigen - en in geval van partnerschap gezamenlijke - bestemming in het leven en tegelijkertijd een ontspannen, veilige bedding kunnen vormen voor een gemeenschappelijk kind om in op te groeien.

Een dergelijke afgestemde sfeer biedt ook een basis voor beide ouders om elk vanuit hun eigen gemoedstoestand, culturele en spirituele achtergrond en toewijding een emotionele band te ontwikkelen zonder dat dat (de vorming van) die band van de andere ouder met zijn/haar kind in de weg staat.

Soms is in en/of na een situatie/periode van een emotioneel conflict (wat in feite al direct verwijst naar disharmonie) het nodig om zaken eerst emotioneel in balans te brengen, onder meer door in openheid - oftewel vanuit een open hart sprekend - elkaar letterlijk en figuurlijk de waarheid te zeggen en tot verzoening te komen. Dat kan gepaard gaan met de nodige emotionele ontlading, wat juist weer angst voor die confrontatie kan inboezemen.

Helderheid en overeenstemming tussen de ouders (en met eventueel betrokken grootouders) over de constellatie voor het kind om in op te groeien kan daarbij richting, houvast en vertrouwen geven. Daardoor kan het ook makkelijker zijn voor betrokkenen om zich tijdelijk over te geven aan de onbestemdheid en onzekerheid, die gepaard gaan met loskomende emoties en die samenhangen met de vaak onbewuste angst voor die emoties.

Soms is externe interventie of een (andere) belangrijke verandering/beweging nodig om te komen tot een wenselijke doorbraak in een (langdurig) geblokkeerd systeem. Die interventie kan nodig zijn om voldoende ontspanning en een basis van vertrouwen te creëren om in openheid die emotionele confrontatie aan te (durven) gaan en een doorbraak te bereiken en uiteindelijk tot een duurzame emotionele - en voor zover van toepassing economische - reconciliatie te komen. Reconciliatie betekent overigens verzoening oftewel het in balans brengen van wat uit balans is (geraakt of altijd geweest).
Uiteraard vormen hierbij de momentane en/of structurele gemoedstoestand en zelfvertrouwen van de afzonderlijke ouders in het algemeen (dus niet specifiek gekoppeld aan het conflict) ook een belangrijke factor. Een positieve gemoedstoestand en zelfvertrouwen bij een van de ouders, in combinatie met een integere en wijze houding naar het hele systeem (dus niet zozeer alleen het eigen belang en perspectief), kan helpen om tot een constructief proces en duurzame oplossing te komen. Daarmee kan verantwoordelijkheid in relatie tot het kind en leiderschap worden getoond. De een zal dat wel kunnen opbrengen, bijvoorbeeld gesteund door een harmonieus familieverband en/of duurzaam leven of krachtige levensvisie. De ander die meer worstelt met familieverhoudingen en/of zijn/haar leven(svisie) zal dat mogelijk niet of veel moeilijker kunnen opbrengen...

zaterdag 15 november 2014

De duurzame economie rond liefde


Liefde is een schaars ding. Helaas lijkt het steeds schaarser voor te komen in onze westerse samenleving. Omdat vrijwel iedereen er behoefte aan heeft wordt het daarmee steeds waardevoller. Economiseren van liefde roept misschien de associatie op met prostitutie, ook wel ‘betaalde liefde’ genoemd hoewel daar doorgaans weinig of geen sprake is van liefdevolle gebaren en gevoelens. Afgezien daarvan is die benaming mijns inziens misplaatst omdat het tegen betaling mogen of laten ‘bedrijven van de liefde’ juist haaks staat op de essentie van het begrip namelijk onbaatzuchtigheid en onvoorwaardelijke openheid en verbinding.


Is het niet überhaupt ook een paradox om te spreken van economie in relatie tot liefde?

In enge zin lijkt dat het geval. Liefde met bijbehorende gevoelens, intenties en effecten lijkt erg ver te staan van de normale interpretatie van het begrip economie. Vanuit een breder perspectief helpt het echter denk ik om de economie, inclusief de bijbehorende producten, diensten en werkgelegenheid, een evenwichtigere en daarmee duurzamere plaats en rol toe te dichten in ons samen leven. Geld, producten en diensten staan uiteindelijk ten dienste van ons individuele en gemeenschappelijke leven en welzijn. Daarin zijn niet alleen bezit, comfort, behoeftebevrediging, aanzien en financiële zekerheid voor de langere termijn relevant, maar ook meer aan liefde en gevoel te relateren zaken als sociale interactie en verbondenheid, culturele ervaring en verrijking en eventueel een stuk zingeving.


Wat is liefde eigenlijk?

Er zijn oneindig veel vormen van liefde terug te zien in gedrag, geschriften, liederen en andere uitingen. Daarnaast kun je spreken van een gevoel van liefde. Dat kan concreet gericht zijn op
een bekend persoon in directe kring of publiek of bijvoorbeeld een willekeurige buschauffeur, die je een warm hart toedraagt. Je kunt ook liefde voelen voor de mens in het algemeen en naar andere levende wezens. In brede zin kan liefde ook betrekking hebben op bijvoorbeeld je werk, een bepaald doel, materiële objecten, conceptuele zaken, een bepaald uitzicht, uitingen van kunst of de natuur.

Hoe verhoudt sociaal gerichte liefde zich tot persoonlijke micro-economie?

Het raakvlak tussen economie en sociaal gerichte liefde lijkt vooral te liggen in de dimensies tijd, emotionele betrokkenheid en afstemming. Ik zie een relatie met twee principes die onderdeel zijn van ‘the 7 habits of highly effective people’ van de managementgoeroe Stephen Covey: ‘win-win’ en ‘synergie’. De benadering rond die 2 principes is bepalend voor de mate van onbaatzuchtigheid in de betrokkenheid, afstemming en verbinding in het contact en relaties met anderen. Als je die principes hanterend primair gericht bent op eigen emotionele behoeften en/of belangen dan is dat - zelfs in een puur sociale context - te zien als een vorm van (economisch) 'slim zaken doen'. Velen doen dit vanuit een bepaalde flow, zowel in zakelijk als in privé leven. De afstemming is in dat geval dus primair gericht op eigen behoeften en belangen. Wel houdt men dan in lijn met het gedachtegoed van Covey doorgaans in een bepaalde mate rekening met de behoeften, stemming en belangen van anderen om het contact zo soepel, plezierig en - indien zakelijk - profijtelijk te laten verlopen.

Echte liefde is echter het primair de ander een goed gevoel willen geven en/of willen steunen zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan. Als er niets terugkomt maar je weet als ‘gever’ dat het de ander goed doet, kun je daar een goed gevoel aan over houden dat soms nog beter is dan het gevoel dat je die ander geeft (...). Vaak gaat het dan over een veel krachtiger hartverwarmend en louterend - soms therapeutisch helend - gevoel, dan je ooit zult bereiken vanuit een voorwaardelijke, berekenende en/of egocentrische benadering. Ook hier is dus sprake van een zeker win-win principe en eventueel een synergie effect. Maar ook van een emotionele en puur sociale in plaats van commerciële ‘business case’.


Duurzame handel in positief gevoel

De economie van de liefde is in feite handel in positief gevoel, met geven in plaats van investeren, ruilen of verkrijgen als basis. Het mooie van die economie is dat er geen contracten, rekeningen of handelsverdragen bij aan te pas komen en dat de bron van die liefde in principe onuitputtelijk is. Iedereen kan zichzelf een duurzaam gelukkig gevoel geven enkel
door oprecht liefde te voelen en te tonen naar anderen. Dat begint veelal met acceptatie en liefde - oftewel balans en vertrouwen - te voelen naar en in jezelf. Balans en vertrouwen zijn overigens ook basis voor een duurzame financiële economie.